donderdag 22 april 2010

a very short introduction to: Pre-1492 geschiedenis (Nederlands/Dutch/Neerlandés)

Dit is een update van het oorspronkelijke (2006) verhaal. Deze update bestaat voornamelijk uit het corrigeren van data (naar calBC/AD) & het toevoegen van bronnen (meestal Engels/Spaans). 


NOORD-AMERIKA (Groenland, Canada, VS)
12.500: mogelijk oude site in Oregon, gedateerd op menselijke (?) uitwerpselen (nog omstreden)
11.500-11.000BC: CLOVIS. Lang beschouwd als eerste Amerikaanse cultuur (Nieuw Mexico)
7500: KENNEWICK MAN leeft in Washington State. Mogelijk verwant aan de Ainu in Japan maar lang niet oudste menselijke resten in Amerika.
6200: Mensen in Labador laten het oudste menselijke monument achter in Noord-Amerika, graf voor een twaalfjarige jongen
5400: oudste aarden "mounds" in zuidoosten van VS
5000 (mogelijk verder terug tot 7000): mensen langs de Great Lakes beginnen met bewerking koper (later: OLD COPPER CULTURE). Kennis strekt zich uit tot in Maryland. In tegenstelling tot eerste koperbewerkers in Eurazië zijn de mensen geen landbouwers en kennen ze geen aardewerk.
3500: eerste grote aarden moundcomplex in Noord-Amerika. Opgetrokken, in een cirkel staande heuvels in Louisiana (WATSON BRAKE)
3000-2000: eerste experimenten met domesticatie van gewassen in oosten VS. Bekendste is de zonnebloem. verder squash en een aantal lokale grassen zoals marshelder, lamsquarter en maygrass
2900: oudste stenen cirkel op Plains. Functie onbekend. Religie of Tipi
2500: oudste aardewerk Noord-Amerika in Florida en Georgia
2400: eerste bewoners Groenland (Saqqaq-mensen in zuiden & "Independece I" cultuur in noorden). Hoe ze daar gekomen zijn is onduidelijk. DNA test op een Saqqaq-man toonde aan dat hij mogelijk direct vanuit Siberië is gekomen.
2250: ontwikkeling eerste pijl en boog in Amerika in Arctisch gebied. Vanuit hier steeds verder naar het zuiden tot ver in Mexico
1750-1100: oudste grote nederzetting Noord-Amerika in Louisiana. POVERTY POINT was gebouwd in een halve cirkel, naar de rivier toe. Een 2 meter hoge piramide keer er over uit. De nederzetting telde waarschijnlijk zo'n 5000 inwoners
1000-300BC: ADENA in de Ohio-vallei bouwen 300 tot 500 grafheuvels. Economische basis is handel, jacht, verzamelen en kleinschalige landbouw van de inheemse gewassen
1000BC: eerste maïs vanuit Mexico bereikt zeker het zuidwesten van de VS. Behalve maïs ook pompoenen, bonen en katoen
500BC: opkomst eliteklasse aan de westkust. DORSET cultuur ontwikkeld zich op Groenland (tot 1200AD). Zij bouwen de eerste iglo’s en zijn sterk afhankelijk van de zee. Rond de Beringstraat ontwikkeld zich de THULE cultuur. Dit zijn in ieder geval voorouders huidige ESKIMO’s.
500BC-1450AD: drie belangrijke culturen in zuidwesten VS en noordwesten Mexico: ANASAZI, HOHOKAM en MOGOLLON. Zij bouwen de grote nederzettingen in deze regio, de canyon-huizen en stichten tevens een wegennet.
250BC-500AD: HOPEWELL in Ohio-vallei zijn opvolgers ADENA. Zij beperken zich echter niet tot die vallei en HOPEWELL monumenten (ook voornamelijk grafheuvels) zijn verspreid over het hele oosten van de VS, van Canada tot de Golf van Mexico en van de Atlantische Oceaan tot de Plains. Dit leidde tot een groot handelsnetwerk. Koper en zilver kwamen uit het Great Lakes gebied, mica uit de Appalachen, schildpadschilden, alligator- en haaientanden uit het zuiden en obsidiaan zelfs helemaal uit Yellowstone. Landbouw belangrijker.
500AD: oprichting megalieten en constructie van reuzenfiguren in de woestijn in zuidoosten Californië. Tevens sterke sociale stratificatie ten noorden van Californië aan de westkust. Bouw van grote houten huizen en eerste totempalen.
700: THULE cultuur (ESKIMO’s) bereiken Groenland en vermengen met (en verdrijven) DORSET mensen. Typische ESKIMO cultuur met iglo’s en hondensleden. Rond 1000 in contact met Vikingen uit IJsland.
750-1150: grootste bloei culturen uit Zuidwesten VS. De Hohokam leggen balspelplaatsen aan (in totaal 206), evenals de volkeren zuidelijker in Mexico. Ook bewerken ze koper en kennen ze een wereldwijd unieke etstechniek. De MOGOLLON maken het Mimbres aardewerk en zijn mogelijk de stichters van de handelsstad Casas Grandes (Paquimé ) in het noorden van Mexico. Deze stad kent speciale kamers voor het fokken en houden van uit het zuiden komende papegaaien en is mogelijk een plaats die in direct contact staat met de TOLTEKEN in het zuiden. De ANASAZI bouwen Pueblo Bonito en Mesa Verde, de twee bekendste nederzettingen uit de regio.
800-1550: MISSISSIPPI cultuur ontstaan langs de gelijknamige rivier en verspreid over het hele oosten van de VS. Heuvels zijn geen grafheuvels maar waarschijnlijk tempels waar de leiders bovenop wonen. Landbouwproducten uit Mexico (maïs, pompoenen en bonen) worden door hen over het gehele gebied verspreid. Ook bouwers van eerste echte steden. Cahokia (900-1200) is de grootste stad ten noorden van Mexico, met een piramide van 30 meter en tussen de 10.000 en de 40.000 inwoners. Cultuurelementen verspreiden zich ook steeds verder naar het westen (naar de Plains). Ook daar bouwt men vaste nederzettingen, gaat men aardewerk maken en landbouw bedrijven. Stereotiepe beeld van nomadische bizonjagers op de Plains is dus iets van 19de eeuw.
950-1200: In Ohio wordt door mensen van FORT ANCIENT de Serpent Mound opgericht. Op deze grote heuvel is een slang van 400 meter lang afgebeeld. Functie onbekend.
1450: drie grote culturen uit het zuidwesten gaan over op bescheidener schaal naar de Pueblo’s van vandaag de dag. Mogelijk door droogte en door aankomst van ATHABASKEN uit het noorden, de NAVAJO’s en de APACHEN.

CENTRAAL AMERIKA (Mexico tot Panama)
9000: eerste landbouwproducten (Mexico)
6700: eerste maïs (Balsasvallei, westen van Mexico)
3300: Monagrillo aardewerk in Panama, oudste aardewerk Centraal Amerika.
1900-1700: eerste aardewerk Meso-Amerika (noordelijke deel Centraal Amerika)
1650: oudst bekende grote nederzetting in dit gebied, Paso de la Amada (kust Chiapas, Mexico)
1300-400BC: OLMEKEN (Aan Golfkust. Eerste grote steden, belangrijke elites, schrift, kalender, etc...). Na deze periode nog ongeveer 500 jaar "Epi-Olmeken"
900: mogelijk oudste Mexicaanse schriftsysteem op het Cascajal-blok
500BC-800AD: Monte Alban van de ZAPOTEKEN (BENI ZAA) in Oaxaca (oudste Mexicaanse fonetische schrift. De stad overheerst alle anderen in Oaxaca en is een van de grootste steden in Mexico in deze tijd).
500BC: begin groei MAYA steden in Guatemala en zuid Mexico). Grootste stad wordt El Mirador.
1-700AD: TEOTIHUACAN in de vallei van Mexico. Grootste stad van dat moment in heel Amerika (behorend bij de 10 grootste steden ter wereld). Veel invloed naar zuiden (MAYA's) en naar noorden (zuidwesten VS). Volk onbekend.
250AD-900AD: KLASSIEK (grote bloei van steden, koningen, literatuur, wiskunde, etc... Macht bij goddelijke heersers). In MAYA gebied geen rijk maar stadstaten die oorlogen tegen elkaar voeren en bondgenootschappen sluiten. Twee steden zijn het machtigst: Tikal (Mutal) en Kalakmul (Kan). Tussen 350 en 500 in de invloed van TEOTIHUACAN in het noorden erg groot. Invloed van Mexico op zuidelijk Midden-Amerika wordt heel groot, vooral zichtbaar door jade-industrie. Mexicaanse groepen gaan zich vestigen in het zuiden. Ontstaan lange afstandshandel tussen beide gebieden.
900-1530: invloed van Mexico wordt minder in zuidelijk Midden-Amerika. In plaats daarvan groeit de invloed vanuit Zuid-Amerika. Aangezien handel belangrijker wordt verdwijnt de Mexicaanse invloed allerminst. Vooral de TOLTEKEN en de AZTEKEN stichten handelskolonies in het zuiden (tot in Panama).
900-1150: TOLTEKEN in centraal Mexico (net ten noorden van Teotihuacan). Grote invloed op rest Mexico en op zuidwesten van VS. Tula (Tollan = Plaats van Riet) is de hoofdstad. Bekendste koning is de historische Topiltzin Quetzalcoatl (later, vooral door AZTEKEN, beschouwt als een god).
900-1524: MIXTEKEN (ÑUU DZAVUI) in Oaxaca. Geen rijk maar stadstaten. Bloei (voornamelijk) pictografisch schrift gebruikt o.a. voor geschiedenisboeken. Oorlog tegen ZAPOTEKEN maar ook onderling. Bloei handel, belangrijk metallurgie.
1450-1521: AZTEKEN (MEXICAH) stichten Mexico-Stad (Tenochtitlan) in een meer. Groeit uit tot grootste stad van Mexico (een van de grootste steden ter wereld). Men verovert een groot gebied en kijkt op naar de TOLTEKEN (waarschijnlijk zelfde taal, veel cultuur overeenkomsten, etc...). Laatste keizer (tlatoani = spreker/gebieder) voor komst Spanjaarden is Monteuczuma (Montezuma) II.

ZUID-AMERIKA (Colombia tot Chili)
12.600: MONTE VERDE in Zuid-Chili is vandaag de dag vrijwel onbetwiste oudste menselijke "site" in de Amerika's  
9000-7000: eerste landbouw (Peru/Ecuador & westelijk Amazonegebied)
6500/6000: eerste aardewerk (in Amazone. Oudste van heel Amerika)
5000: oudste mummies ter wereld (ongeveer 2000 jaar ouder dan in Egypte) door de CHINCHORRO uit huidige noord Chili
4700: opgeworpen heuvels in huidige Peruaanse provincie Tumbes, El Porvenir
3500: begin bouw steden tussen kust en bergen noord Peru. Oudste steden Amerika en samen met steden in Mesopotamie oudste steden ter wereld. CARAL (66ha) is een van de grootste. Economie voornamelijk gebaseerd op verbouw van katoen en handel met kustdorpen (voor o.a. ansjovis). Eerste sporen van typische Andes religie en oudste quipu.
3000BC-1500BC: Valdivia cultuur in kuststrook Ecuador. Men maakt talloze Venus-beeldjes. 1500BC: oudste bewerking van metalen in Amerika (goud en koper) in Peruviaanse Andes. Waarschijnlijke begin expansie van ARAWAK-sprekende volkeren in Amazonegebied (noordwesten).
1000BC-1: Chavín Horizon in Peru: typische kunst, religie (stafgod, katgod etc...), bouwstijl, aardewerk etc...
400BC: CHAVIN DE HUANTAR in noordelijke Andes Peru, het belangrijkste en grootste religieuze centrum van Chavin Horizon in Peru. Begin oprichten van de megalieten van SAN AGUSTÍN in het zuiden van Colombia.
800-200BC: CHORRERA volk in kuststreek Ecuador kent meest realistische aardewerk in Amerika van dat moment. Grote invloed naar buiten toe, waarschijnlijk tot in Mexico.
100BC-500AD: MOCHE volk aan noordkust van Peru beroemt vanwege realistische aardewerk, erotische kunst en de Heerser van Sipan. NAZCA volk aan de zuidkust van Peru, vooral bekent van de grote geometrische figuren in de woestijn. Ook typerende stijl aardewerk.
200AD-1600: In het noorden van Colombia, rond en op de Sierra Nevada Santa Marta is de TAIRONA cultuur. Dit volk bouwt steden van steen, spreekt een Chibcha taal, zijn bedreven in het bewerken van metalen (goud, zilver, tumbaga, koper, etc) en handelen met de volkeren op de Antillen en volkeren in het zuiden. Pas na 75 jaar oorlog (begonnen dus ergens rond 1525), capituleert men tegen de Spanjaarden.
400-1350: Op het eiland Marajó, in de monding van de Amazone, is de MARAJOARA cultuur. Waarschijnlijk de oudste complexe gemeenschappen in het Amazonegebied. Men richt heuvels op, doet aan intensieve landbouw en kent een ingewikkelde aardewerkstijl die op den duur ‘internationaal’ wordt. Vrouwen spelen waarschijnlijk een zeer belangrijke rol.
500-1000: Twee rijken beheersen de centrale en zuidelijk centrale Andes: WARI (Peru, centrum rond huidige Ayacucho) en TIWANAKU (voornamelijk Bolivia, centrum Tiwanaku stad aan Titicaca meer). WARI is waarschijnlijk een militaristisch rijk dat actief gebieden veroverd (o.a. NAZCA gebied en MOCHE gebied aan de kust). TIWANAKU is meer een religieus centrum met grote culturele invloed (tot noorden Argentinië en Chili). Tiwanaku stad trekt duizenden Pelgrims aan.
600-1541: MUISCA bouwen de politiek meest complexe maatschappij van Colombia op de oostelijke bergrug van de Andes. De staat wordt geleid door twee figuren, de Zoque en de Zipa. Ook dit is een Chibcha volk en men heerst over tientallen kleinere politieke eenheden. De Magdalena vallei net ten westen van de MUISCA staat is volgebouwd met houten gebouwen. De belangrijkste stad van de MUISCA staat waar nu Santa Fé de Bogotá ligt. De Spanjaarden zijn vol bewondering voor de stad, maar branden hem niettemin af.
800-1540: In de Cauca vallei in Colombia is de QUIMBAYA cultuur. De Algemene opinie is dat zij het mooiste metaalwerk van de Amerika’s hebben gemaakt. Waarschijnlijk begint de cultuur al rond 500BC.
1000-1470: CHIMU rijk aan noordkust Peru, waarschijnlijk opvolgers deels van MOCHE. Hun hoofdstad is waarschijnlijk de grootste stad, ooit in Zuid-Amerika voor 1492 gebouwd. Veroverd door INCA's.
1000-1550: belangrijke lokale complexe gemeenschappen langs de Amazone rivier en andere grote rivieren in het gebied. Onder andere de OMAGUA (zij controleerden de oevers van rivieren van Ecuador tot in west Brazilië ) en de TAPAJÓS (bijna aan de monding van de Amazone). Dichtbevolkte gebieden vanwege vruchtbare grond langs de rivieren en de techniek om niet-vruchtbare grond vruchtbaar te maken (door het maken van 'zwarte aarde').
1100-1540: In de noordelijke vlakte van Colombia heersen drie grote politieke eenheden die samen ZENÚ genoemd worden. De aardewerk stijl kent zowel invloeden uit het zuiden (Ecuador), als uit de Andes. Verder werkt men veel met goud. Een van de drie eenheden wordt bij de Spanjaarden geleid door een vrouw.
1450-1532: INCA rijk vanuit Cuzco in Peruviaanse Andes. Veroveren heel snel het grootste rijk op aarde van dat moment, lopend van zuid Colombia tot midden Chili). Vooral bekent vanwege zeer technische architectuur, de stad Machu Picchu en de confrontatie met de Spanjaarden. 'Inca' is de titel van de heerser. De laatste voor-Spaanse Inca (Atawallpa) werd niet door iedereen in het rijk erkent.


CARIBEN (ANTILLEN)
5000: mensen op Trinidad (vanuit Venezuela)
4500-4000: eerste mensen op Antillen (Hispañola en Cuba). Uit Belize of Venezuela
3000-2000: mensen op Kleine Antillen (mogelijk van zowel Grote Antillen als Guyana's)
500BC-600AD: SALADOID mensen (hoogstwaarschijnlijk een ARAWAK volk) vanuit Venezuela tot in Puerto Rico. Zij hebben een nieuw (rood) soort aardewerk en introduceren nieuwe landbouwgewassen (o.a. maïs)
1AD: ARAWAK volkeren ook naar Grote Antillen
500: Jamaïca voor het eerst bewoond.
700-1000: mogelijk migratie van de zogenaamde EILAND CARIBEN vanuit Guyana’s naar Kleine Antillen. Waarschijnlijk niet één volk en mogelijk ook niet eens met een Caribische taal. De term komt van Columbus die dacht dat er kannibalen (= Cariben) woonden op de zuidelijke de eilanden. Hard bewijs is daar nooit voor gevonden. Wat Columbus op z'n tweede reis (1493) zag was het in huis houden van de (beenderen van de) overleden voorouders.
1492: Columbus op de Bahama’s en later op Hispañola. De Taino's (waarschijnlijk niet eigen naam) die Columbus ontvangen wonen behalve daar ook op Cuba, Jamaïca en Puerto Rico. Ze worden geleid door Cacique’s (leiders), slapen in hamaca’s (hangmatten), roosteren vlees en vis op een barbacoa (barbecue) en vereren de stormgod Horrican (wervelwind, orkaan). Verder zijn het landbouwers, bouwen ze balspelplaatsen (vooral Hispañola en Puerto Rico) en verkrijgt men door handel met Colombia sieraden van goud en koper.

Recente bronnen (1995-2010)

Noord-Amerika
Artikelen/websites
*M. Thomas P. Gilbert, Dennis L. Jenkins, Anders Götherstrom, Nuria Naveran, Juan J. Sanchez, Michael Hofreiter, Philip Francis Thomsen, Jonas Binladen, Thomas F. G. Higham, Robert M. Yohe, II, Robert Parr, Linda Scott Cummings, Eske Willerslev, DNA from Pre-Clovis Human Coprolites in Oregon, North America, Science 9 May 2008: Vol. 320. no. 5877, pp. 786 - 789
*Nicole M. Waguespack, Why We’re Still Arguing About the Pleistocene Occupation of the Americas, Evolutionary Anthropology 16:63–74 (2007)
*http://www.nps.gov/archeology/kennewick/index.htm
*Stuart J. Fiedel, The Kennewick Follies: "New" Theories about the Peopling of the Americas, Journal of Anthropological Research, Vol. 60, No. 1 (Spring, 2004), pp. 75-110
*Brake, Jamie, A Comparison of Maritime Archaic Indian and Intermediate Indian Site Distribution in Labrador, NEXUS: Vol. 19: Iss. 1, Article 1 (2006) 
*Kathleen L. Ehrhardt, Copper Working Technologies, Contexts of Use, and Social Complexity in the Eastern Woodlands of Native North America, Journal of World Prehistory Volume 22, Number 3 / September, 2009
*http://copperculture.homestead.com/
*Victor D. Thompson, Wesley D. Stoner, and Harold D. Rowe, Early Hunter-Gatherer Pottery along the Atlantic Coast of the Southeastern United States: A Ceramic Compositional Study, Journal of Island & Coastal Archaeology, 3:191–213, 2008
*Jon L. Gibson, Navels of the earth: sedentism in early mound-building cultures in the Lower Mississippi Valley, World Archaeology Vol. 38(2): 311–329 Sedentism in Non-Agricultural Societies
*W. L. Merrill, R. J. Hard, J. B. Mabry, G. J. Fritz, K. R. Adams, J. R. Roney, and A. C. MacWilliams, The diffusion of maize to the southwestern United States and its impact, Proc. Natl. Acad. Sci. USA 2009 106 (50) 21019-21026

Boeken
*North American Archaeology, edited by Timothy R. Pauketat & Diana DiPaolo Loren, 2005 by Blackwell Publishing, Malden (USA), Oxford (UK), Victoria (Australia), 9780631231844
*Cultivated Landscapes of Native North America, William E. Doolittle, Oxford University Press, 2001, 01992550715
*Ancient North America, Brian M. Fagan, Thames & Hudson; Fourth Edition (April 17, 2005), 9780500285329
*Forgotten Fires - Native Americans and the Transient Wilderness, Omer C. Stewart, edited by Henry T. Lewis & M. Kat Anderson, University of Oklahoma 2009, 9780806140377
*The Cambridge History of the Native Peoples of the Americas, Volume 1 North America, part 1, Bruce Trigger & Wilcomb E. Washburn, Cambridge 1996, 0521573920
*Peoples of the Northwest Coast - Their Archaeology and Prehistory, Kenneth M. Ames & Herbert D.G. Maschner, Thames & Hudson, 2000 (printed in Slovenia), 0500281106

Centraal-Amerika
Artikelen/websites
*Dolores R. Piperno, Anthony J. Ranere, Irene Holst, Jose Iriarte, and Ruth Dickau, Starch grain and phytolith evidence for early ninth millennium B.P. maize from the Central Balsas River Valley, Mexico, PNAS March 31, 2009 vol. 106 no. 13 5019-5024
*Ruth Dickau, Anthony J. Ranere, Richard G. Cooke (2007) Starch grain evidence for the preceramic dispersals of maize and root crops into tropical dry and humid forests of Panama, Proceedings of the National Academy of Sciences 104(9): 3651-3656
*Michael Love, Recent Research in the Southern Highlands and Pacific Coast of Mesoamerica, Journal of Archaeological Research (2007) 15: 275-328
*Richard G. Cooke (2005) Prehistory of native Americans on the Central American land bridge: Colonization, dispersal, and divergence, Journal of Archaeological Research 13(2): 129-187
*http://www.famsi.org/mayawriting/cascajal/index.html

Boeken
*Olmec Archaeology and Early Mesoamerica, Christopher A. Pool, Cambridge University Press 2007, 9780521788823
*Los sonidos y colores del poder - La tecnología metalúrgica sagrada del occidente de México, Dorothy Hosler, México DF 2005, 9706690778

Zuid-Amerika
Artikelen/websites
*Tom D. Dillehay, C. Ramírez, M. Pino, M. B. Collins, J. Rossen, J. D. Pino-Navarro, Monte Verde: Seaweed, Food, Medicine, and the Peopling of South America, Science 9 May 2008: Vol. 320. no. 5877, pp. 784 - 786
*http://www.antiquity.ac.uk/ProjGall/moore1/
*Tom D. Dillehay, Jack Rossen, Thomas C. Andres, David E. Williams, Preceramic Adoption of Peanut, Squash, and Cotton in Northern Peru, Science 29 June 2007: Vol. 316. no. 5833, pp. 1890 - 1893
* Dolores R. Piperno, and Tom D. Dillehay, Starch grains on human teeth reveal early broad crop diet in northern Peru, PNAS December 16, 2008 vol. 105 no. 50 19622-19627
*http://www.caralperu.gob.pe/index.html
*http://www.arqueologiadelperu.com.ar/index.html


Boeken
*Handbook of South American Archaeology, edited by Helaine Silverman & William H. Isbell, Springer Science New York, 2008, 9780387749068

Antillen
Artikelen/websites

Boeken
*Myths and Realities of Caribbean History, Basil A. Reid, Tuscaloosa, 2009 (University of Alabama Press), 9780817355340
*The Tainos - Rise and Decline of the People Who Greeted Columbus, Irving Rouse, New Haven (Yale University Press), 1992, 0300056966
*The Archaeology of the Caribbean, Samuel M. Wilson, Cambridge University Press, 2007, 9780521626224

Amerika
Artikelen/websites

Boeken
*The First Americans - Race, Evolution, and the origin of Native Americans, Joseph F. Powell, Cambridge University Press, 2005, 0521530350
*Histories of Maize: Multidisciplinary Approaches to the Prehistory, Linguistics, Biogeography and Evolution of Maize, edited by John Staller, Robert Tykot and Bruce Benz, Elsevier Academic Press, Boston 2006, 9780123693648

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen